De een na laatste

Nog een weekje…

Dit keer ben ik weer aan de beurt om een blogje te schrijven en gezien het feit dat we nu weer een paar uur moeten vliegen en ik me dan altijd stierlijk ga vervelen, schrijf ik het nu in de lucht, onderweg van Nashville naar New York.

Dick was gebleven bij Clayton, Georgia, een prachtige plek in de bergen. Hij wilde mij aldaar graag een Grade 4 rafting-experience in hebben (met wel 5 watervallen), maar dat vond ik eng. Gelukkig hadden we in het gebied waar we na Clayton heen gingen genoeg mogelijkheid tot raften, maar dan voor iets minder ervaren mensen zoals ondergetekende. Wij zijn dus naar Dillsboro, North Carolina getogen. Dat ligt vlakbij de Great Smoky Mountains en de Blue Ridge Parkway met een hele hoop rivieren in de buurt. Dus een geinig raftingtripje geboekt en op zoek naar een plek om te slapen in Dillsboro. Het is nog steeds geen hoogseizoen, dus de Bed and Breakfasts en aanverwanten waren bijna allemaal gesloten. Wij hadden ons er al bij neergelegd dat het waarschijnlijk weer een Best Western zou worden, totdat we “downtown” (2 straten, een spoor wat niet gebruikt wordt en 212 inwoners, maar oh zo schattig) ingingen en iemand Dick de tip gaf het eens bij de Inn te proberen. Dat was een schot in de roos en een plek waar je eigenlijk nooit meer weg zou willen. Een groot houten huis met 2 verdiepingen, iedere kamer heeft een eigen stukje “tuin” waar je kan zitten, je kan er yoga doen, er zijn 3 honden en een stokoude kat, er staat een hot tub op het terrein, de rivier stroomt er vlak langs en de mensen zijn supervriendelijk, vrolijk en attent.

Maar er moest natuurlijk eerst geraft worden, dus we hebben de spullen snel in de kamer gelegd en zijn naar een dorpje verderop gereden. Daar moesten we ons in een wetsuit wurmen, waterschoentjes aan, reddingsvest om en een hele enge film kijken over wat er allemaal mis kon gaan tijdens de tocht van zo’n 10 kilometer (met teksten als “people have died” en een soort quiz achteraf over wat je ook alweer moest doen als je uit het bootje zou vallen enzo…). Ik was vooraf helemaal niet bang, maar dit soort filmpjes heeft bij mij het effect dat ik het liefst rechtsomkeert zou maken en gewoon gezellig ergens een kopje koffie zou gaan drinken. Maar, met dank aan vriendje die mij eraan hielp herinneren dat Amerikanen de onbedwingbare behoefte kunnen hebben om te overdrijven, stapte ik de bus in die ons naar de rivier bracht. Aldaar aangekomen stapten wij samen in ons tweepersoonsbootje (Duckie genaamd). Twee peddeltjes erbij en gaan! Uiteraard zat ik voorop (ik trap er ook altijd in), dus ving ik het meeste water. Maar gelukkig kunnen peddels ook dienen om af en toe een schepje water naar achteren te gooien, dus Dickie werd ook niet gespaard :-) . We hebben een hele mooie tocht gemaakt met wat kleine watervalletjes (of “rapids” zoals ze dat noemen). Erg leuk en de stemming zat er goed in. Alter ego Aquaboy kwam ook weer tevoorschijn en heeft een aantal duikjes gemaakt vanuit ons bootje (eentje vlakbij een watervalletje, timing is alles zullen we maar zeggen). Al met al een hele leuke trip, mooi weer en erg gelachen. We moesten aan het eind alleen nog 1 hobbel nemen, een aanzienlijke waterval, maar dat moest volgens de gidsen wel lukken. Deel 1 van de fall lukte nog wel goed en voor een nanoseconde verkeerde ik in jubelstemming over dat we dit ook maar mooi hadden geflikt. Maar die euforie was van korte duur want het volgende moment herinner ik me alleen maar HEEL veel water, pijn in de rechterkant van mijn hoofd (dacht dat mijn oog er uit was gevallen) en Dick die vroeg of het ging. Bleek dat de laatste waterval een hele diepe was en toen we er af gingen klapte ons Duckietje dubbel, werd ik gelanceerd en kwam bij Dick op schoot terecht en op een of andere manier kreeg ik het handvat van een peddel (we hebben nog niet helemaal uitgerechercheerd wie z’n peddel) tegen mijn oog. Gevolg: een dik oog en wenkbrauw (ze hebben nu een soort rood-geel achtige kleur, kon zo bij de Cherokee) en lachen en niezen deed zeer. Ach, ik overleef het wel. ‘s Avonds hebben we lekker gebarbequed (het was de hele dag heerlijk weer geweest) en een vuurtje gestookt in de buiten-openhaard. Een (vond ik) geinige anekdote daarover is dat Dickie op enig moment de behoefte kreeg om Indiaantje te spelen en al dansend en zingend rond het vuur ging. We hadden alleen niet in de gaten dat de eigenaar van de Inn (TJ) in de hot tub zat (die in een donker hoekje vlakbij de open haard staat) en van daaruit riep “hey Dickie, doin’ a litte dance there?”. Ik vond het hilarisch.

De dag daarna hebben we luierend doorgebracht. Lekker uitgeslapen, de honden uitgenodigd voor het ontbijt, lekker aan de rivier gezeten en met zus geskyped die jarig was. Nog even in Dillsboro rondgelopen, in een eindeloos gesprek geraakt met twee overjarige bikers die allerlei verhalen over muziek, neergeschoten worden, Vietnam en wat dies’ meer zij hadden. Wel grappig, aangezien er maar 212 mensen wonen ken je al snel het halve dorp. Daarna nog even naar het naastgelegen dorp gereden en boodschappen gedaan voor weer een avondje BBQ. Hoe gek het ook klinkt, het is na zoveel uit eten gaan ook erg leuk om weer ‘s zelf te koken. Het ging wel heel hard regenen en onweren die avond, dus we hebben Dickie onder de overkapping gezet (BBQ blijft toch een mannending hihi), lekker gegeten en maar weer ‘s een aflevering van Law and Order gekeken; je moet het toch een beetje bijhouden.

We vonden het zo leuk op ons nieuwe stekkie dat we nog een nachtje zijn gebleven. Op dag drie wilde ik samen een paardrijritje gaan maken, maar die waren helaas nog niet uit hun winterslaap. Had graag Dick op een paard gezien, kreeg er al allerlei beelden bij, maar helaas. Dus zijn we een wandeling gaan maken en hebben we lekker geluierd bij een waterval in een park, een half uurtje rijden vanaf Dillsboro. Heel erg mooi, zonnig, maar aanzienlijk kouder. We moeten na 3 weken zon wel weer wennen aan temperaturen van 11 graden zeg. Nadat we bijna verdwaald waren geweest en dankzij Dickies onweerlegbare gevoel voor richting (…), vonden we de weg weer terug. Teruggereden naar de Inn, alwaar ik een yogadate had met TJ, die naast Inn-eigenaar ook yogadocent is. Het was heerlijk om in zo’n omgeving yoga te kunnen doen en het was nog ‘s een priveles ook. Helemaal zen kwam ik weer de twee trappen af naar ons stekkie, alwaar Dickie (weer) de BBQ ontstoken had en naarstig probeerde de garnalen niet door het rooster heen te laten vallen (is aardig gelukt overigens, er zijn er 2 gesneuveld). ‘s Avonds nog lekker een half uur in de hot tub (die willen wij ook op het balkon!!!) en een wijntje gedronken bij de buiten-openhaard.

Helaas moesten we na 3 dagen toch echt weg van ons leukste plekje van de hele vakantie. Nog even gekletst met eigenaren Terry en TJ, de honden een kusje en aai gegeven en onderweg gegaan naar Nashville. We kozen voor de mooie route door de Smokies, (ook leuk voor Dickie, kon ie nog even “in touch” komen met zijn Indiaanse roots), die schitterende vergezichten biedt, mooie riviertjes en ook wat sneeuw op de top. Na een uur of 6 kwamen we weer aan bij het hostel, ook wel weer heel leuk om daar de trip door het Zuiden af te kunnen sluiten. De tassen moesten hoognodig vlieg-proof worden gemaakt (oftewel, alles met grof geweld en ook een beetje beleid erin proberen te stoppen en hopen dat je niet teveel kilo’s in moet checken). Dat gedaan, lekker wat gegeten in downtown Nashville en ook gepoogd Dickie aan het line-dancen te krijgen (ik bedoel, als paardrijden niet lukt, zou dit een goede tweede zijn). Maar ze waren net klaar met de les in de tent die ik had uitgezocht, dus maar weer ‘s een paar bandjes gekeken. Denk je dat je alles gehad hebt, kom je terug in het hostel en blijkt dat ik de deur van onze hostelkamer op de verkeerde manier op slot had gedaan, waardoor ie met de code niet meer open ging. Dus hosteljongetje gevraagd, die klom daarop door het raam (dat niet op slot was) en liet ons naar binnen. Heel fijn. Vervolgens gaan we nog even naar buiten en wat gebeurt er…? Doet De Waal de deur WEER op slot op de manier die dus niet moest!!! En hosteljongetje had ook (na zijn wurmpartij door het raam om ons binnen te laten), het raam op slot gedaan. Uiteindelijk is er gelukkig altijd nog zoiets als een sleutel en konden we zo weer naar binnen. Ik mocht dit alleen vertellen als ik zeker ook op zou schrijven dat Dickie vanochtend mijn paspoort uit het vliegveldbakje had gered (heel fijn, dank en you saved the day, honey). We gaan nu genieten van New York en zullen daar nog 1 blogje maken. Tot dan en veel liefs en groeten!!!

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Savannah en verder..

En daar zijn we dan weer. Inmiddels vanuit de bergen van Georgia, Clayton om precies te zijn, een korte impressie van onze belevenissen vanaf Savannah. In een paar uurtjes vanuit een subtropisch St. Simon’s Island rustig naar Savannah geknort in onze zilverkleurige Chevy HHR en daar keurig tegen het middaguur aangekomen. I.v.m. de op handen zijnde Paddy’s Day bleek het nogal een onderneming om een betaalbaar onderkomen te vinden in Savannah. Uiteindelijk op een mijl of zes van de stad een motelletje gevonden, waar we op de tweede dag het toilet gruwelijk hebben doen verstoppen, met als resultaat een knappe Gumbo-soep waar menig zuiderling trots op zou zijn geweest en een gemiddeld gezin ruim een week van had kunnen eten.

De aanloop naar St. Patrick’s Day was inmiddels al een paar dagen in volle gang; overal groene fonteintjes en vooral heel veel bierdrinkende mensen, al dan niet met rood haar. Savannah is een relaxte stad, dat wil zeggen dat het tempo vrij laag ligt. Nu is dat eigenlijk overal in de Bible Belt het geval, maar vooral ik leek er even geen enkele moeite mee te hebben. Hoogtepunt van deze zen-exercitie; heerlijk onderuit gelegen op een kerkhof en naar de vogeltjes en eekhoorntjes gekeken terwijl Lies inventariseerde wie er allemaal nog meer in de omgeving lagen te rusten. Wel nog goed lekgeprikt door kleine venijnige mugbeesten tijdens het voorbijtrekken van een meute stoer doedelzakspelende luitjes. Zo om en nabij de vijftig bulten sieren dus al vijf dagen mijn kuiten en onderarmen. Ik probeer er niet aan te krabben, maar dat valt niet mee.

Na twee dagen Savannah, afgezakt naar het prachtige Charleston. Deze keer had ondergetekende weer de eer een verblijfplaats uit te zoeken en na een uurtje surfen had ik het gevonden. Het moest de Comfort Inn worden, een zakenhotel met fitnessruimte en zwembad voor de prijs van een Motel 6, op steenworp afstand van het centrum. Vooral dat zwembad vond ik een reuze puik plan, want er moest na onze onvergetelijke zwempartijen aan de Golf van Mexico meer gesparteld worden. Helaas bleek de zwemgelegenheid dicht, maar dat is vanmiddag ruimschoots goed gemaakt in een bergmeertje hier in de buurt. Daarover straks overigens meer. De eerste avond weer eens even lekker de kroeg ingedoken in het mooie oude centrum. Een gezellige tent gevonden aan Market Street, met een paar leuke bandjes en waanzinnige decks buiten. Lies en ik, uitgedost in onze mooiste kleertjes en inmiddels voorzien van uiterst gezonde teint, hebben eerst vanuit onze luie stoel een half uurtje kritisch mensen bekeken. De eveneens goedgeklede exemplaren een welgemeend compliment gegeven en de minder hippe elementen ‘ook een goede avond’ gewenst.

Tweede dag vanuit Charleston naar Boone Hill Plantation gereden. Driewerf hoera; eindelijk een onderlegde en humoristische gids gevonden en zowaar een indrukwekkende expositie over de slavernij. Fijn om te zien dat er ook nog zuiderlingen rondlopen die het niet alleen kunnen hebben over het Britse behang aan de muren van het foute erfgoed en de economische terugval na de overwinning van die snode Yanks. Na dit zeer welkome stukje geschiedkunde naar The Isle of Palms gereden en daar nog wat met onze poezelige voetjes in het zand gewroet. ‘s Avonds copieus gegeten bij Hyman’s, een gerenommeerd visrestaurant, waar niet alleen Barbra Streisand , Neil Armstrong en Metallica hebben gegeten, maar nu dus ook Apie en Boef (na een paar maanden Batman en Robin, werd het tijd voor renominatie en dus zijn we alweer een tijdje aan het rondreizen onder deze noemers). Lies is Apie en de rest kun je wel bedenken.

Gisteren vanuit Charleston naar de bergen van Georgia getrokken. Erg fijn om weer eens in de natuur rond te sjorren, wat is het hier namelijk mooi. Voor die arme zielen die ‘Deliverance’ hebben uitgekeken, de Chattooga River, waar die tamelijk naargeestige film is geschoten, ligt hier een paar kilometer verderop. Geen paniek hoor, tot zover gelukkig nog niet lastiggevallen door enge mannen die roepen “Where you goin’, cityboy?” of (erger nog)banjospelende kinderen. Integendeel, de omgeving is fantastisch mooi, het volk enorm vriendelijk en ons hotel is wederom een waar paleis. Het is een ‘Mom and Pap mountain lodge’ in Clayton, gerund door een stel zeventigers, waar momenteel welgeteld twee toeristen resideren; te weten, A en B. Onze kamer kijkt uit over de bergen van Georgia en is niet alleen voorzien van een comfortabele jacuzzi (belletjes in bad, lachen!), maar ook van een belachelijk big-ass terras waar je een aardig feestje kunt bouwen. Van enge prikbeesten hebben we ook geen last, het terras is omgeven door een heel fijne hor. Tevens fijn voor Boef.

Morgen wordt er gekayakt op de Nantahala River, dat betekent dus vroeg uit de veren. O.k., even een bruggetje terug. Kayakken-water-zwemmen. Vandaag heeft Aqua-boy met z’n pasgekochte snorkel aardig de blits gemaakt in het berekoude groene water van een bergmeertje iets verderop. Ik had Lies al weleens verteld over Aqua-boy. Dat het een mythische figuur was. Een soort amfibische legende met commando-verleden die geen kou kent en graag getooid gaat in fleurige bloemenzwembroeken. De nabijheid van Aqua-boy verraadt zich door een monsterlijk luid gebrul, meestal wanneer hij het water ingaat, of er net uitkomt. Van dat brullen was vanmiddag weinig te merken. Zo sierlijk als hij vanaf een rotsje het vriesnat ingleed, kwam hij na drie zwemslagen even potsierlijk weer de kant opgekropen. Lies heeft er een filmpje van gemaakt. Ik hoop dat Lies discreet omgaat met dit filmpje. Vertoning zou betekenen dat de legende van Aqua-boy tot het verleden behoort.

Nog even wat leuke weetjes over deze vakantie? Hier komen ze:

- In 49 dagen hebben we met 4 verschillende auto’s al wel bijna 3000 mijl gereden

- De laagst gemeten temperatuur was in Minneapolis (-5C) en de hoogste (33C) in Savannah

- Niet alleen hebben we bijna alle seizoenen van Law and Order bekeken in motels, ook hebben we van de Amerikaanse Sire-tegenhanger geleerd dat het woord ‘gay’ refereert aan sexuele geaardheid en niet dient te worden gebruikt als negatief adjectief of nomina

- Inmiddels om en nabij de 20 paar schoenachtigen gekocht, waarvan de helft nog niet in NL

- Morgen gaat alweer de tweede doos met ‘allerhande goodies’ op het vliegtuig; deze is minstens zo zwaar als de eerste en helaas ook twee keer zo groot

- De teller van ‘leuke Nederlandse stelletjes, met wie we na terugkomst gauw weer eens moeten afspreken’ staat gelukkig nog altijd op nul

- De wildteller (eekhoorns, vogels, huisdieren en opgezette fauna niet meegeteld) is na de eerder genoemde elk blijven steken op drie

Groeten vanuit Clayton, GA

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Bericht van een gebruind stel

Hi there!

Aangezien Dickie nu met een tiental plakjes komkommer op zijn gezicht op bed ligt (na een heerlijk dagje strand, zwembad en zon, we kunnen beiden zo op de menukaart als kreeft), schrijf ik nu fijn het blogje van ons vervolgreisje door het zuiden van de States. Te beginnen in de stad waar ik in elk geval redelijk wat verwachting van had; New Orleans. Denk je echter de carnaval in Nederland te zijn ontvlucht, NEEN, want we hebben hier… Mardi Gras (vrij vertaald: vette dinsdag)!!! Oftewel, de boerenkiel meets Rio. En dat 2 weken lang. Met heel veel praalwagens, drinkende en hossende mensen en heul erg druk. Dus ternauwernood 1 nacht een kamer kunnen boeken in een hostel, maar de auto moest aan de andere kant van de stad staan omdat die niet door de parade heen kon. Zucht… Dus met spullen door de mensenmassa heen, ingecheckt en zelf uiteindelijk ook maar even een kijkje genomen. Ik denk serieus dat New Orleans een hele leuke stad is, maar niet tijdens Mardi Gras. Dus dat gaan we nog weleens overdoen.

De volgende dag doorgereden naar het strand van Biloxi, Mississippi. Daar was het lekker weer, wel een beetje koud, maar met zon. Dus we zijn lekker het strand op gegaan. Dick moest en zou natuurlijk nog even het zwembad bij het motel in, maar dat was geen onverdeeld succes. Hij kwam er als een ijsblokje weer uit. We kregen de tip om een  twee-voor-de-prijs-van-een, “all you can eat” buffet in een casino (3 mijl verderop) te gaan doen. Afijn, 10 kilometer verder… kwamen we aan. En als je tegen een Amerikaan zegt dat ie alles kan eten wat ie wil, dan neemt ie dat vrij letterlijk. Jemig, wat kunnen die mensen eten zeg, daar waren wij niets bij. Nog even een gokje gewaagd bij de Wheel of Fortune, maar dat loonde niet echt. De volgende dag verging de wereld buiten zo ongeveer. Het stormde, regende en bliksemde dat het een aard had. Dus we zijn nog een dagje gebleven en de Mall maar ingedoken. ‘s Avonds weer een buffetje gepakt en weer een dollar in een fruitmachine gegooid en daar kwam 30 dollar uit! We zijn meteen gestopt hihi.

De dag daarna toch (ondanks dat er tornadowaarschuwingen waren, maar die waren iets uit onze buurt), naar Florida gereden. Het heeft de reputatie de Sunshine State te zijn, maar dat was die dag niet echt aan de orde, een hoop dubbelgevouwen palmbomen gezien. Maar we zijn veilig aangekomen, alhoewel het vinden van een hotel hier ook geen sinecure was, want Spring Break is uitgebroken. Uiteindelijk toch wel wat gevonden en de volgende dag scheen de zon uitbundig. Wat knap je daarvan op zeg, heerlijk.

Oh ja, op weg naar de volgende bestemming nog even de nodige All Stars aangeschaft (in Mobile, een stad in Alabama), het was alweer veel te lang geleden dat we de laatste hadden gekocht :-)   

Thomasville, Georgia was de volgende op de lijst. Een klein, kneuterig stadje met veel oude huizen en veranda’s. We hebben daar voor het eerst een plantage bezocht. Mooi onderhouden, groot huis met een nog groter landgoed er omheen. Maar slavernij wordt er geen enkel moment genoemd, heel frappant. We gaan het in Charleston, South Carolina nog een keer proberen. Verder nog het stadje bekeken, gewandeld en ‘s avonds had Dickie een pizza besteld (“doet u mij maar een large”, dat moet je hier dus niet zeggen) waar we met gemak het halve dorp eten van hadden kunnen geven. Maar bij gebrek aan zwervers zoals in San Francisco, hebben we maar een doggie bag gevraagd.

Tussendoor nog even een nachtje in een B&B geslapen, waar we een kamer hadden die geheel was ingericht met Amerikaanse vlaggen, God Bless America, High School Yearbooks en de kleuren rood, wit en blauw (doorgevoerd tot in de kleinste details). Erg leuk.

Nu zijn we in St. Simons Island, een schiereiland, ongeveer 100 kilometer van Savannah. Het is hier stralend weer (27 graden), we hebben strand, een zwembad en een belachelijk goeie kamer (met regendouche en tv in de badkamer…) voor relatief weinig. Gisteren hebben we een dolfijn zien zwemmen en vandaag dus een strandwandeling gemaakt, gezond, gezwommen en gewandeld door het dorpje (vol met mooie huizen, bomen en planten). Superlekker en heerlijk bijgekomen. Morgen door naar Savannah, alwaar ze (voor de naderende St. Patricksday) de rivier groen schijnen te verven. Tja, ik ben benieuwd.

Veel lieve groeten van ons en tot de volgende! Lies

3 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Foto’s!!!

(erop klikken -> worden ze groter)




4 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

The South!

Hi, how y’all doin’? Oftewel, hoe gaat het? Terwijl Dickie probeert (voor de 2e keer) heel romantisch het haardvuur aan te krijgen in onze hotelkamer in Natchez, Mississippi, begin ik vast aan het blogje.

Na een zogenaamde red-eye flight (dus ‘s nachts vliegen en niet slapen) kwamen we na San Francisco aan in Nashville, Tennessee. Na even een paar uur slaap te hebben gehaald in het hostel (waar ik 2 jaar geleden ook geweest was, heel leuk om weer terug te zijn),  konden we onszelf niet meer inhouden en zijn we downtown Nasville in gewandeld. Dat bestaat met name uit 1 grote straat (en wat zijstraatjes) met allemaal honkytonkkroegen waar vrijwel altijd livemuziek gespeeld wordt, giftshops, platenzaken en jawel… cowboylaarzenwinkels! En daar moesten uiteraard 3-voor-de-prijs-van-1-paar laarzen aangeschaft worden. Na een uurtje passen, meten, lopen, wel, niet, etc, heb ik 2 en Dick 1 paar laarzen gekocht. We gaan zo meteen (echt) proberen foto’s op de blog te zetten. Na de laarzensessie zijn we de kroegen ingegaan en hebben we wat bandjes gezien, erg leuk.

De volgende dag scheen de zon (na een avond en nacht heel erg harde regen en wind)! Dus we hebben lekker een fiets gehuurd en door Nashville gefietst. Dat is een redelijk riskante onderneming, aangezien er zelden iemand fietst, er geen fietspaden zijn en wel heel veel trucks en grote auto’s. Maar ‘t was lekker weer en we hebben meteen een auto geregeld voor de reis door het zuiden. We vliegen dan ook aan het eind van deze trip vanaf Nashville terug naar New York. ’s Avonds lekker gegeten in het hostel en weer even de kroeg in. Dag drie was weer mooi, een beetje gewinkeld in een ander deel van Nashville, de auto opgehaald (we kregen een upgrade, dus we hebben nu een soort mini-van) en in de hosteltuin speelden de jongens die daar werken nog een mopje op hun gitaren. Voor ‘s avonds hadden we kaarten voor Brad Paisley, een in (en ook buiten) Amerika nogal grote countryster, die uit Nashville komt en daar die avond zijn tour afsloot in een ijshockeystadion. Als extraatje had hij ook nog de zanger van Hootie and the Blowfish (voor hen die dat wat zegt) in het voorprogramma, dus het was een superleuke avond. De volgende dag (zondag) togen wij in ons autootje naar Memphis, waar Dick nu een geinig stukje over gaat schrijven :-) .

OK, daar ben ik dan. Inmiddels probeert Lies het vuur gaande te houden en ook dat is gelukkig geen succes. Terwijl hierbuiten Bubba en z’n eentandige vrouw vieren dat de Mississippi tijdens hun laatste fles moonshine weer een meter is gestegen, lig ik prinsheerlijk op ons antebellum bed aan de hand van foto’s te bedenken wat ik over Memphis ga vertellen.

Muzikaal gezien vond ik Memphis net even interessanter dan Nashville. Country gaat toch veelal over de liefde van de cowboy voor diens paard, truck of vrouw en ik kon me niet aan de gedachte onttrekken dat het bestaan van de cowboy daarmee wel zo’n beetje omschreven is. Toch heb ik heel coole boots gekocht, die me het gevoel geven dat ik nu eigenlijk ook wel een soort cowboy ben. Maar dan zonder paard.

In Memphis hebben we een heel aardig Motel 6 gevonden aan de rand van de stad. Eerste avond een beetje rondgehangen op Beale Street, een paar bandjes bekeken, waarvan de laatste Sly Stone, Tower of Power en zelfs Jaco Pastorius’  The Chicken speelde; hooha, de avond kon niet meer stuk!

Volgende dag naar Graceland geweest, en wat is dat geestig zeg. Van de ene exhibition (gouden platen, auto’s, kostuums, onderbroeken) loop je naar de andere giftshop, wat een giller. Twee indrukwekkende vliegtuigen en een paar opvallend bescheiden graven later in de avonduren lekker gekneuterd in ons paleis.

Stax Museum is een aanrader. Het label bestaat helaas niet meer, maar het museum geeft een prachtig tijdsbeeld van een van de coolste muziekgenres ooit voortgebracht in de States. Sam and Dave, Otis, Booker T and the MGs, wat een feest. Sun Studio’s is ook geinig. Een piepkleine studio met welgeteld 1 opnameruimte, veel ouwe mics en opnameapparatuur en een rits foto’s van the Million Dollar Quartet.

Tijdens onze kneuteravond heb ik Lies’ haar overigens nog ingevlochten (Ron, lees je dit nog?). Na een uurtje of vier knutselen, bleek het resultaat (het maakt m’n hoofd zo lang) toch niet helemaal aan de verwachtingen te voldoen. De volgende dag heeft Bo Derek zichzelf dus maar weer direct uit haar lijden verlost.

Vanuit Memphis langs de Mississippi naar het zuiden gereden en ‘s avonds in Vicksburg een erg groot koloniaal huis als B&B gevonden. Uiteindelijk twee nachten gebleven, omdat het er zo lekker rustig en mooi was. En nu alweer in Natchez Mississippi dus. We verblijven in het Mark Twain Guest House, de eerste hoerentent van deze staat, maar nu een kroeg met erboven wat kamers te huur. Gaaf omdat het in een waanzinnig mooie omgeving en pal aan de rivier ligt. Het feit dat Bubba en z’n vriendjes hieronder tot 4am dansen op Madonna, Michael Jackson en Brian Adams nemen we graag voor lief.

Lies heeft inmiddels het haardvuur weer gereanimeerd en wil nog iets schrijven over mijn ervaring met de open haard in Vicksburg.

De groeten en tot gauw maar weer.

P.S. Nog even een note van mij (Lies): Toen wij ons net een half uur geinstalleerd hadden in het waanzinnig mooie en toch ook oude mansion in Vicksburg, ontdekten wij een heuse open haard. Dus die moest uiteraard aan. Dick, held, dacht: dat doe ik even voor mijn chick. Het was een haard op gas en je moest het hendeltje overhalen om dus gas uit de kraan te krijgen. Aan het hendeltje zat een redelijk groot papier waarop stond : STOP!!!!! FIRST OPEN CHIMNEY!!! (redelijk duidelijk dus). Er zat namelijk een plastic soort prop in de haard, waarschijnlijk tegen de tocht. Maar Dickie liet zich niet zomaar wat vertellen, dacht waarschijnlijk: dat zal zo’n vaart niet lopen, haalt het hendeltje over en de gasaansteker gaat in de haard. Wat volgde was een vlam waar je een redelijke bosbrand mee kon starten en dus waarschijnlijk ook met gemak het 150 jaar oude mansion mee in de as had kunnen leggen. Gelukkig was Dickie nog wakker en draaide na een geschrokken gil de kraan weer dicht en hoefden wij onze verzekeringsboer niet te bellen. We hebben laatst de polis aangepast, maar ik geloof niet dat we voor dit soort rampen verzekerd waren geweest.

7 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

San Francisco, eindelijk zon!

Hey there everybody!

Zoals beloofd, deel 2 van de blog, dit keer over de laatste stop voordat we naar het diepe (en hopelijk warme) zuiden vertrekken. San Francisco, de stad waarop ik 2 jaar geleden al verliefd werd en dat heeft stand gehouden tot en met vandaag. Wat een superleuke stad is dit en wat word je je weer bewust van je kuiten als je hier weer weg gaat. Een hoop lopen in de heuvels doet dat met je. Maar dat mag de pret niet drukken. We kwamen hier aan na ons overweldigende avontuur in Klamath Falls en een dito treinreis. Het regende dat het een lieve lust was, maar zodra je met de bus de brug over rijdt, maakt dat allemaal niet meer uit. Aangekomen in het hostel, spullen neergegooid en toen stond Dickie al te springen en te roepen dat ie naar Amoeba wilde, een HELE grote platenzaak in de Haight/Ashbury, de “oude” hippiebuurt van San Francisco. Nou, dan gaat Liesje wel even mee kijken. Eenmaal daar binnen was ie niet meer te houden en was ik m 3 uur kwijt. Gelukkig speelde de Twilight Singers nog gratis in de zaak (wel cool, die had ik ooit s op Lowlands gezien) en 40 cd’s later stonden we weer buiten. Het regende nog steeds, dus maar weer lekker naar t hostel gegaan en wijntjes gedronken met William, de wijn-en-kaasjongen van het hostel, die verder volkomen in zijn eigen, bijzondere wereld leeft. Wel grappig overigens, ik weet ineens veel meer over Indiase astrologie.

De volgende dag hebben we maar weer s een autootje gehuurd en zijn we via Sausalito, Muir Beach, Point Reyes (oftewel de Highway 1) naar Napa gereden. Supermooie weg, in de stromende regen romantisch (daar is ie, Ron hihi) naar schelpen gezocht en op het strand nog wat pootafdrukken van een soort grote kat gezien. Gelukkig bleef de kat in kwestie achterwege tijdens ons bezoekje aldaar. ‘s Avonds werden we in Napa ontvangen door Bob en diens vrouw Eve. Bob is een luchtballonpiloot uit de tijd dat Dick bij het team in Zwitserland werkte. Erg gezellig, lekker gegeten en de afspraak gemaakt dat we heeeeeeel misschien de volgende ochtend zouden gaan ballonvaren. Maar die vlieger ging niet op (mooie beeldspraak, he), vanwege het slechte weer. Dus lekker geluncht bij Bob, nog even naar een mooi punt in de Vallei gegaan en weer terug naar de stad gereden. Onderweg naar San Francisco nog even 250 foto’s van de Golden Gate Bridge gemaakt op een hoog punt buiten de stad, alwaar wij bijkans panoramisch wegwaaiden, maar het was wel mooi.

Zondag maar weer s lekker geshopt, want dat hadden we tenslotte nog niet gedaan… Weer naar Haight gegaan, foto’s gemaakt van huizen van beroemde en overwegend overleden mensen (Janis Joplin, Charles Manson, Jimi Hendrix), Dickie heeft nog het oude fluwelen jasje van Jimi gekocht (althans, volgens de verkoper). Fijn was dat de zon was gaan schijnen, dat maakt alles mooier. Heerlijke dag, lekker gegeten en ‘s avonds nog even het avond- nachtleven van de stad verkend. Erg gelachen om een heel slecht bandje in de jazz-kroeg en een zo mogelijk nog slechtere pianist in een Ierse Pub.

Toen wij de volgende dag eenmaal uit bed waren en ik er al 2 uurtjes shoppen op had zitten, besloten wij eens een fietsje te pakken en de heuv’len der stad te bedwingen. Het werden iets meer heuv’len dan ik in gedachten had, gezien het feit dat de zelfbenoemde postduif De Waal de kaart af en toe op zijn kop hield en wij dus de verkeerde kant op peddelden. Maar goed, de zon scheen, we hebben erg gelachen en leuk gefietst door Golden Gate Park, over de GG brug, door Sausalito (aan de overkant van de brug) en met de Ferry van daaruit weer terug naar de pier van de stad. Superleuk om te doen, dat gaan we vaker zo organiseren. ‘s Avonds lekker gegeten bij Lori’s Diner (je stapt zo de 50-ties in, met een Cadilac in de zaak, Elvis op de achtergrond en een jukebox, the works). Daarna (ja, heus) naar een karaokebar gegaan… Ik kon het niet meer tegenhouden, dus had ik er maar eentje uitgezocht die nogal ver van het hostel af lag dus de kans dat we iemand tegen zouden komen die ons zou herkennen was klein. Ik wilde helemaal niet zingen, Dick had al enorm enthousiast bij binnenkomst zijn briefje ingeleverd met het liedje en de artiest (het was Kiss van Prince). Maar na 2 wodka’s dacht ik: laat ik het ook maar doen. Die van mij moest “we can work it out” van de Beatles worden. Dickie mocht dan EINDELIJK zingen, in zijn nieuwe Jimi-jasje, voor een uitzinnig publiek, hij ging er zelfs van dansen. Niet veel later “mocht” ik ook, het viel alles mee, maar tot nu toe heb ik het filmpje nog niet teruggezien, ben een beetje bang voor t eindresultaat. Maar aangespoord door de leuke sfeer en het gevoel een ster voor 1 avond te kunnen zijn, besloten wij samen dan ook nog maar een liedje te doen, Cecilia van Simon&Garfunkel, tweestemmig nog wel!

Op maandag (als jullie het allemaal nog volgen) hebben we geluncht met Bob en Eve in Bubba Gump Shrimp (komt uit de Forrest Gump film, dus ook helemaal behangen met allerlei attributen uit de film, erg grappig) en gezien de hoeveelheid garnalen die we naar binnen hadden gewerkt maar een heel eind door de stad gewandeld. Door North Beach (de Italiaanse wijk), Chinatown en het Financial District. Ik heb nog even een massage genomen, was blij dat ik na een half uur weer buiten stond. Veel-knijpen-in-mijn-nek-voor-slechts-35-dollar zalk maar zeggen. Rond een uur of 7 kregen we toch weer trek, dus een grote bak salade en aanverwanten gekocht. Het oog was wel weer iets groter dan de maag, dus we hadden wel een lekker 1-persoons portie over. Als rechtgeaarde filantropen, vonden wij dat wij dit maar moesten doneren aan 1 van de vele zwervers die de stad rijk is. Al snel vonden we er eentje. We hebben ‘m even geobserveerd (dat krijg je als je een tijdje op de Academie werkt) en we vonden dat we het ‘m maar moesten geven. Hij was er reuze mee in zijn sas en toen hij wegliep, rende Dick er nog even achteraan om te roepen wat er allemaal in de salade zat en dat het echt enorm voedzaam was.

Op onze laatste dag in de stad hebben we de Cable Car (een soort oude trolley) naar Fischermans Warff gepakt en vervolgens de boot naar Alcatraz. Ik was er al eens geweest, Dick nog niet. Weer lekker een zonnetje erbij en celletjes gekeken op The Rock. Erg interessant, ook voor de 2e keer. Was heel leuk, maar op de boot terug bedacht ik me wel dat ik nu mijn dreigement richting Dickie (“als je vervelend bent, laat ik je achter op Alcatraz”) niet meer kan gebruiken.

Afijn, nu weer even in het hostel, ik schrijf en Dick probeert de almaar groter wordende stapel spullen in zijn rugzak te proppen. Ik hoop dat het allemaal past. Om 10 uur vanavond met de bus naar het vliegveld en om 0.25 uur (9.25 jullie tijd) nemen wij de zgn “red eye flight” via Houston naar Nashville. Ik zal daar s proberen wat foto’s op de blog te krijgen.

Heel veel liefs en groeten van ons en tot het volgende bericht!

2 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Klamath Falls / San Francisco

Koekoek allemaal,

Daar zijn we dan weer, met nog meer coole avonturen van Lies en Dickie. De laatste keer dat ik (D.) schreef, zaten we nog in Portland en inmiddels zijn we alweer neergestreken in San Francisco. Hoogste tijd dus om jullie allemaal weer even in te lichten over wat we allemaal hebben meegemaakt. 

Vanuit Portland met de nachttrein naar Klamath Falls geboemeld. Wederom alles prima comfortabel en bij aankomst rond middernacht door een erg vriendelijke dame naar ons  nieuwe paleis gebracht. The Econolodge in Klamath Falls is een aardig motel, waar je voor nog geen 22 euro per nacht niet alleen een lekker tukje kunt bouwen als je moe bent van een lange treinreis, maar ook nog eens beschikt over een puike koelkast en de hoogst noodzakelijke heater. Van dat laatste apparaat hebben we dankbaar gebruik gemaakt toen het onophoudelijk begon te sneeuwen, maar daarover straks meer.

Er is werkelijk geen enkele andere reden te bedenken om in Klamath Falls te verblijven, dan dat het zo mooi tussen Portland en San Francisco ligt en dus een perfecte tussenstop is als je het niet wenselijk vindt om 18 uur lang in een trein te zitten. Ik vind in de trein zitten best leuk, maar na tien uur in dezelfde stoel, weet je heel goed hoe de achterkant van die van de passagier voor je eruitziet, heb je het voetensteuntje in alle mogelijke standen gezet, en ben je tot de conclusie gekomen dat je in een bed toch echt fijnere dromen hebt.

Het stadje telt 40.000 inwoners en van al die mensen zijn er na 20.00 uur hooguit 10 buitenshuis te vinden. Daarvan zit de ene helft bij de Mexicaan onder het genot van een potje basketbal op widescreen tv cocktails te tanken, de andere helft speelt een straat verderop een potje pool en vergaapt zich aan de veel te grote borsten van het blonde barmeisje.

Buiten een War Memorial, een oude stoomtrein en heel veel leegstaande winkelpanden, heeft het niet zo gek veel te bieden. Zeg maar, niets eigenlijk. Toch vermaken wij ons best met het maken van lange wandelingen, voornamelijk heen en weer door Main Street. Maar de mooiste wandeling gaan we blijkbaar nog maken. De dame bij het vvv weet ons namelijk te vertellen dat er op steenworp afstand van het kantoor een prachtig natuurgebied te vinden is, het is de habitat van allerhande spannende fauna, waaronder dan vooral en met klem ‘de pelikaan’. Dat treft, want na een tweetal elk (ja, dat is een meervoud) en een doodenkele eekhoorn in Portland is de wildteller akelig stil komen te vallen. Mijn theorie is dat alle dieren met vakantie zijn, Lies vermoedt winterslaap. Drie dagen hebben we uitgetrokken om hier door te brengen, je wilt per slot van rekening toch niets hebben gemist. Vol goede moed, en met beide camera’s in de aanslag, trekken Lies en ik er dan ook op uit om dit sterke staaltje wildlife te gaan bekijken. Toegegeven, we hebben een hoop vogels gezien. Maar als dit pelikanen waren, dan kunnen we de Dam bij deze toevoegen aan de natuurmonumentenlijst.

We besluiten bij Enterprise een auto te huren. Want niet alleen Crater Lake is maar een uurtje rijden, ook zijn er maar liefst twee heuse Hot Springs te bezoeken, twee uur ten oosten van Klamath Falls. Die Springs moeten het als eerste gaan worden. Tijdens de rit naar Hunter Hot Springs, die leidt over een aantal vrij imposante bergen, begint de eerste sneeuw al neer te dwarrelen. Maar dat mag de pret niet drukken, want wij zijn stoer en worden straks beloond met een heerlijk poedelpartij in een van Amerika’s meest heldere bergbronnen, nippend aan een glaasje wijn zullen we luisteren naar de bulderende magma die ons zwembadje zo fijn verwarmt. Aangekomen op de plaats delict (een boerenschuur in een godvergeten dorp middenin de woestijn) mag Lies als eerste naar binnen. Ik probeer buiten een sigaret te roken, maar krijg die niet aangestoken. Het is inmiddels namelijk windkracht 9. Als ik binnenkom, tref ik Lies enigzins vertwijfeld aan. Samen lopen we langs de lobby naar de achterzijde van het resort. Daar blijkt dat ons langverwachte zwemparadijs een soort matig onderhouden eendenvijver is, met bijbehorende blauwalg en schimmels, overdekt met een ranzig ogend lapje. ‘Da’s om de temperatuur op peil te houden’, informeert de medewerker ons. 

O.K., dit gaat hem dus duidelijk niet worden. Op de vraag of er buiten deze attractie nog iets anders te beleven valt in het dorp antwoordt de man zonder  blikken of blozen (en ik citeer letterlijk): ..well, there’s a gas pipeline a couple of miles down.. it leads straight into the mountains.. that might be pretty cool to see!

Terug naar Klamath Falls dan maar. En graag snel ook, want ondanks de naderende donkerte, kleurt de  lucht vervaarlijk grijs. Een uur later lijken we te zijn beland in een Everest-expeditie, maar dan in een auto. Overigens niet een big-ass 4-wheel drive met een dikke V8 in het vooronder, maar een koddig boodschappenwagentje voorzien van eersteklas zomerbanden. ‘Doet u ons die rode maar, die ziet er lief en zuinig uit’.

Op de laatste dag van deze fase, we hebben onze reis naar California met een dag vervroegd, proberen we nog naar Crater Lake te rijden. Maar onze schoenendoos op wielen danst van links naar rechts over de ijzige wegen en met de finish in zicht besluiten we terug naar het motel te gaan.

Lies en ik hebben ons helemaal stuk gelachen in Klamath Falls, maar zijn ook erg blij nu in de beschaving van San Francisco te zitten.

Tot gauw maar weer.

Dickie Dick

P.S Morgen volgt San Francisco!

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized

Een bericht van Dickie uit Portland

Hideho allemaal,

Normaliter zou ik een sterk ingekorte versie van onze recente avonturen toevertrouwen aan facebook (al dan niet in de vorm van een enkele foto + weinigzeggende toelichting, die op hun beurt blijkbaar de grootst mogelijke vraagtekens op de politieacademie veroorzaken). En dat dan bij voorkeur via mijn iphone, ware het niet dat ik het ding 10 minuten geleden (het kleine speakertje geeft verbazingwekkend veel akoestisch genot als je het in een kommetje / schaal zet) tijdens de afwas in een kop thee heb gedompeld. Ik kan iedereen bij dezen dan ook vertellen; doe dit niet als je niet zeker weet dat het kopje leeg is, it may cause serious harm to the aforementioned apparatus.

Anyhow, niet teveel Engels, dat vindt Eva stom. Een viertal dagen geleden is het dappere duo, na een heel prettige Amtrak treinreis vanuit Seattle,  neergestreken in Portland Oregon. Drie nachtjes (ik houd ervan te pas en onpas diminuitieven te gebruiken) in een bijzonder cool North-west Hostel gezeten; lief keukentje (waar ik op de laatste ochtend de plastic snijplank met een gloeiendhete koekenpan genadeloos naar de maan heb geholpen..), mooie courtyard (binnentuin) en een prachtige private room.

Portland is, zoals Seattle, een fijne stad om in rond te hangen. Iedereen lijkt hier ’artist’ te zijn, de regio kent een onmiskenbaar grote alternatieve scene (‘keep Portland weird’ is het credo) en de omgeving is geweldig mooi. Vandaag hebben we met luchtballonmaatje Dan en diens vriendin Lexa een wandeling gemaakt over de voeten van Mount Hood. Werkelijk adembenemend om te zien hoe Washington en Oregon zijn vergeven van vulkanische bergen; eenzaam zonder vriendjes, maar veelal voorzien van een blauwwit sneeuwmutsje. 

Morgen nemen we de trein naar Klamath Falls, waarvandaan we weer een paar adembenemende tripjes zullen maken naar onder andere Crater Lake. 

Welnu, Dan staat hier een heel interessant Iers dansje te doen, de cocktails staan op tafel en ik weet nu even niet meer wat ik moet schrijven.  Dat was hem dus weer even van mijn hand.

Toch wil ik jullie de volgende informatie absoluut niet onthouden. Lies zei nog zo dat ik er niet aan mocht zitten. Op mijn linker bovenlip heeft zich een dag of twee terug, wellicht bij gebrek aan vitaminen, ook een kleine Mount Hood gevormd. Inmiddels is het monster gelukkig, na wat vakkundige interventie van de hand van ondergetekende, verworden tot een ‘hardly noticeable Crater Lake’. Ach, schoonheid komt van binnen, denk ik dan maar.

Lies en ik zijn helemaal blij en voelen ons bijzonder bevoorrecht om zo lang leuke dingen te kunnen doen. Mijn geest is vrij van werk en ik ben blij dat ik me even niet hoef bezig te houden met het rammen op trommels.

Laatste note: ik heb zowaar bijna ‘Strange things Happen’, de autobiografie van Police-drummer Stewart Copeland, uitgelezen. God Allejezus, wat een ontzettend geweldig boek is dat. Scherpzinnig, geestig en de perfecte aanvulling op de autobio’s van Sting en Andy Summers. 

Mensen, maak er een mooie dag van daar. Ik neem me voor weer meer te gaan schrijven.

Liefs, Dickie Dick en Lies

9 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

Daar zijn we dan!

Hidieho people!

Hier zijn we dan met ons eerste blogje van de reis. Eindelijk een beetje van de jetlag af, die hakte er wel even een beetje in. We zijn maandag de 31e vertrokken en kwamen die avond (voor jullie nacht) aan in een besneeuwd New York. Vlucht was prima, en de ontvangst (door een vriendin van Dick) in NY was super. We konden couchsurfen (of in het geval van Dick, floorsurfen) in haar appartementje in Central Park West, dus dat was heel fijn. Snel even geslapen en de volgende ochtend weer vroeg op om de volgende vlucht (via Minneapolis) naar Seattle te nemen. Het begon in NY al een beetje te sneeuwen, maar we hadden toch de vlucht naar de eerste stop. Helaas gingen we een half uur te laat weg, dus we misten de vlucht naar Seattle. Maar het is hier net alsof je de bus pakt, 2,5 uur later ging er alweer een nieuwe vlucht waar we mee weg konden. Op de borden in het airport verschenen al snel berichten dat alle vluchten naar (o.a.) NY gecancelled waren vanwege noodweer. Mooi dat we daar dus al weg waren…

Eenmaal in Seattle werden we opgehaald door Jezz, ook een vriend van Dick (waar een carriere bij het luchtballonteam al niet goed voor is). Hij heeft ons afgezet in ons eerste “huisje”, een heel cool hostel in het universiteitsdistrict van Seattle. En wat een onwijs leuke stad is dat zeg. De eerste avond hebben we ons meteen gesetteld in een studentenpub, was gezellig. De volgende dag heeft Dick het halve ontbijtbuffet leeggegeten (hihi), iets wat hij daarna nog 2 ochtenden zou herhalen. We hebben tijdens onze 2,5 dag in Seattle een hoop gedaan, visjes gekeken in het aquarium, geshopt bij Pike’s Market, een onwijs end in de zon door de stad gewandeld, naar het SciFi/Musicmuseum geweest (alwaar wij en passant met ons gelegenheidsbandje “Hilbillie Dick and Chick” een weergaloze uitvoering van Twist and Shout hebben gespeeld voor neppubliek) en lekker gegeten. Ook een luxe  autootje gehuurd (gratis door de coupons die we van Jezz gekregen hadden), waarmee we nu naar het schiereiland bij Seattle gereden zijn.  Je moet dan met de ferry naar dat eiland en karren maar! Het eiland zelf is erg mooi, besneeuwde bergen, creeks, watervallen en meren. We zitten wel een beetje in een gat, waarvan Dick meteen opmerkte dat het wel een beetje op IJmuiden lijkt (maar dan zonder de bergen…). Wel een cool en betaalbaar motel gevonden en ons gisteren even het stadje in gewaagd. Wat een vage figuren hier zeg.. In het restaurant waar we zaten begonnen ze al om 8 uur vast te stofzuigen (toen wij nog aan de koffie zaten) en in de “local bars” wil je ook niet echt zijn. Het is hier in de zomer vast leuk :-) . Maar goed, de natuur maakt een hoop goed. Vandaag lekker gewandeld in het regenwoud (ja, echt) en een mooi stuk gereden. 

Morgen moeten we onwijs vroeg op om de boot weer terug naar Seattle te nemen en dan met de trein naar Portland te gaan. We hebben er zin in en we laten jullie daarna zeker weer weten hoe t geweest is.

Liefs van ons!

7 reacties

Opgeslagen onder Uncategorized

The End

Ik ben alweer een tijdje terug (eindelijk hersteld van mijn enorme jetlag), maar het verhaal van het laatste deel van mijn reis mag niet ontbreken natuurlijk.

Ik was dus nog in Alaska, waar ik een heel erg leuk hostel had. Even de autorit uit mijn benen gelopen op een trail die me werd aangeraden door de manager van het hostel (een Engelsman). Hij vroeg of ik het een probleem vond als mijn voeten onderweg nat zouden worden (moest een beekje door, zei hij), geen probleem. Afijn, dat beekje bleek toch een kleine rivier te zijn, dus ik stond tot in mijn knieeen in het gletsjerwater. Maar de zon scheen, dus who cares! De volgende dag heel erg vroeg naar Denali National Park and Preserve gegaan. Een park van 6 miljoen acres (geen idee hoeveel dat in onze maten is, maar in elk geval een hoop voetbalvelden), waar je niet met je auto in mag. Je mag er naar hartelust hiken, maar er zijn geen trails, dus de kans dat je alleen loopt, is groot. En er zijn een hoop grizzlies… Dus ik heb maar een shuttlebus gepakt :-)

De wildlifeteller van mijn reis schoot omhoog! Ik heb 3 grizzlie-moeders met kinders gezien, een lynx met kind, een wolf, adelaars, caribou, moose, geiten en een vos. Ook Mount Denali/Mc Kinley in vol ornaat gezien, dat komt ook niet veel voor. Prachtige hoge, besneeuwde berg (de hoogste in Noord Amerika), supermooi. ‘s Avonds nog even met de mensen van het hostel naar de plaatselijke band The Denali Cooks gegaan. Die spelen 1 keer per jaar, dus het hele dorp loopt uit om ze te zien. Heel grappig.

Van Denali ben ik naar Fairbanks gereden. Onderweg kwam ik langs de Stampede Trail. Voor mensen die Into the Wild hebben gezien, is dat misschien bekend. Het is de weg waar Christopher McCandless werd afgezet en de wildernis van Alaska is ingelopen. De bus waarin hij verbleef staat nog steeds op dezelfde plek. Het is alleen te ver weg om te lopen, hij staat 25 mijl verderop en je moet 3 rivieren door. Maar ik heb wel een stukje gelopen, was wel bijzonder vond ik. En ook heel stil en verlaten.

Fairbanks ligt in een wat (qua bergen) minder hoog gelegen gebied. Het is een stuk groener dan in het zuiden en ligt op ongeveer 3 uur rijden van de Arctic Circle. Het is een stad waar in de buurt veel goud werd en nog steeds wordt gevonden en waar een stuk van de oliepijpleiding zichtbaar is. De stad zelf is niet veel bijzonders, maar ook hier had ik weer een erg leuk hostel. Ik sliep in een soort semi-tent, de onderkant van hout en daarop tentdoek. De mensen die in het hostel zaten waren ook erg leuk, veel hebben een baan in Fairbanks en slapen, vanwege de lage kosten, in het hostel.

De volgende dag maar weer een hotspring gepakt, 50 mijl boven Fairbanks. En het is hier zulk mooi weer…. Heerlijk. Onderweg nog een overstekende moose gezien. Daar moet je echt voor uitkijken. Ik begreep uit verhalen dat moose niet zo slim zijn met oversteken, die gaan gewoon zonder te kijken. Caribou daarentegen staan keurig met een groepje langs de kant van de weg, sturen er 1tje vooruit om te checken of het veilig is (eerst naar links, dan naar rechts en dan weer naar links kijken) en geeft dan het sein: We kunnen! Dus die worden zelden aangereden.

‘s Avonds gebarbequed met de gasten van het hostel en de kroeg in geweest met Jim (uit Alaska) en Josef, een 70 jarige kanovaarder en klimmer uit Munchen. Erg gezellig en ik kon er nog steeds maar niet aan wennen dat als je om 2 uur uit de kroeg komt, je gewoon nog alles kan zien omdat het zo licht is.

De volgende dag zou ik naar Valdez vertrekken, maar ik merkte toch dat het rijden wel erg vermoeiend was en ik in Fairbanks lekker bijkwam. Ook was het weer in Valdez slecht, het was een dag rijden (om daar dan een dag te kunnen zijn) en dat zag ik niet zo zitten. Dus lekker gebleven. Ik heb wat rondgereden in en met name rondom Fairbanks, vers gevangen zalm in het hostel gegeten en de laatste dag met Jim kano gevaren tot een uur of 1 ‘s nachts. We zaten te BBQen aan de rivier en ik zag ineens 2 kleine zwarte beertjes… Heel lief, maar daar hoort over het algemeen toch ook een moeder bij. Die hebben we gelukkig niet gezien. Dit is toch wel op en top Alaska.

De laatste dag van mijn reis (woensdag) heb ik besteed door naar Anchorage te rijden en in Eagle River (20 minuten ten noorden daarvan) mijzelf een nieuwe tattoo aan te meten! Wel spannend en deze deed ook ZEER (hij is op mijn voet gezet), maar ik ben er erg blij mee. Het liep wat lastig in Anchorage (waar ik nog lekker heb gegeten en een beetje rondgekeken), maar ik had de tijd. Auto op het airport achter gelaten en in het vliegtuig naar Seattle. Daar had ik een overstaptijd van 1,5 uur, dus ik dacht: ik ga ff tukken. Dat lukte prima (op een bankje in de gate), totdat ik wakker schrok en bleek dat mijn vliegtuig over 10 minuten de lucht in zou gaan. Ik mocht er nog in :-) en vervolgens, via New York en Dublin, naar Amsterdam gevlogen.

Al met al kan ik zeggen dat ik een ongelofelijk en onverwacht mooie, leuke en bijzondere reis heb gemaakt waarin eigenlijk alles zonder tegenslag verliep. Hele leuke mensen ontmoet en ik heb het super naar mijn zin gehad. Het kost ook wel veel moeite om weer te wennen aan Nederland, maar dat zal op den duur wel gaan lukken. Ik ga zeker terug, one way or another!

1 reactie

Opgeslagen onder Uncategorized