Nog een weekje…
Dit keer ben ik weer aan de beurt om een blogje te schrijven en gezien het feit dat we nu weer een paar uur moeten vliegen en ik me dan altijd stierlijk ga vervelen, schrijf ik het nu in de lucht, onderweg van Nashville naar New York.
Dick was gebleven bij Clayton, Georgia, een prachtige plek in de bergen. Hij wilde mij aldaar graag een Grade 4 rafting-experience in hebben (met wel 5 watervallen), maar dat vond ik eng. Gelukkig hadden we in het gebied waar we na Clayton heen gingen genoeg mogelijkheid tot raften, maar dan voor iets minder ervaren mensen zoals ondergetekende. Wij zijn dus naar Dillsboro, North Carolina getogen. Dat ligt vlakbij de Great Smoky Mountains en de Blue Ridge Parkway met een hele hoop rivieren in de buurt. Dus een geinig raftingtripje geboekt en op zoek naar een plek om te slapen in Dillsboro. Het is nog steeds geen hoogseizoen, dus de Bed and Breakfasts en aanverwanten waren bijna allemaal gesloten. Wij hadden ons er al bij neergelegd dat het waarschijnlijk weer een Best Western zou worden, totdat we “downtown” (2 straten, een spoor wat niet gebruikt wordt en 212 inwoners, maar oh zo schattig) ingingen en iemand Dick de tip gaf het eens bij de Inn te proberen. Dat was een schot in de roos en een plek waar je eigenlijk nooit meer weg zou willen. Een groot houten huis met 2 verdiepingen, iedere kamer heeft een eigen stukje “tuin” waar je kan zitten, je kan er yoga doen, er zijn 3 honden en een stokoude kat, er staat een hot tub op het terrein, de rivier stroomt er vlak langs en de mensen zijn supervriendelijk, vrolijk en attent.
Maar er moest natuurlijk eerst geraft worden, dus we hebben de spullen snel in de kamer gelegd en zijn naar een dorpje verderop gereden. Daar moesten we ons in een wetsuit wurmen, waterschoentjes aan, reddingsvest om en een hele enge film kijken over wat er allemaal mis kon gaan tijdens de tocht van zo’n 10 kilometer (met teksten als “people have died” en een soort quiz achteraf over wat je ook alweer moest doen als je uit het bootje zou vallen enzo…). Ik was vooraf helemaal niet bang, maar dit soort filmpjes heeft bij mij het effect dat ik het liefst rechtsomkeert zou maken en gewoon gezellig ergens een kopje koffie zou gaan drinken. Maar, met dank aan vriendje die mij eraan hielp herinneren dat Amerikanen de onbedwingbare behoefte kunnen hebben om te overdrijven, stapte ik de bus in die ons naar de rivier bracht. Aldaar aangekomen stapten wij samen in ons tweepersoonsbootje (Duckie genaamd). Twee peddeltjes erbij en gaan! Uiteraard zat ik voorop (ik trap er ook altijd in), dus ving ik het meeste water. Maar gelukkig kunnen peddels ook dienen om af en toe een schepje water naar achteren te gooien, dus Dickie werd ook niet gespaard
. We hebben een hele mooie tocht gemaakt met wat kleine watervalletjes (of “rapids” zoals ze dat noemen). Erg leuk en de stemming zat er goed in. Alter ego Aquaboy kwam ook weer tevoorschijn en heeft een aantal duikjes gemaakt vanuit ons bootje (eentje vlakbij een watervalletje, timing is alles zullen we maar zeggen). Al met al een hele leuke trip, mooi weer en erg gelachen. We moesten aan het eind alleen nog 1 hobbel nemen, een aanzienlijke waterval, maar dat moest volgens de gidsen wel lukken. Deel 1 van de fall lukte nog wel goed en voor een nanoseconde verkeerde ik in jubelstemming over dat we dit ook maar mooi hadden geflikt. Maar die euforie was van korte duur want het volgende moment herinner ik me alleen maar HEEL veel water, pijn in de rechterkant van mijn hoofd (dacht dat mijn oog er uit was gevallen) en Dick die vroeg of het ging. Bleek dat de laatste waterval een hele diepe was en toen we er af gingen klapte ons Duckietje dubbel, werd ik gelanceerd en kwam bij Dick op schoot terecht en op een of andere manier kreeg ik het handvat van een peddel (we hebben nog niet helemaal uitgerechercheerd wie z’n peddel) tegen mijn oog. Gevolg: een dik oog en wenkbrauw (ze hebben nu een soort rood-geel achtige kleur, kon zo bij de Cherokee) en lachen en niezen deed zeer. Ach, ik overleef het wel. ‘s Avonds hebben we lekker gebarbequed (het was de hele dag heerlijk weer geweest) en een vuurtje gestookt in de buiten-openhaard. Een (vond ik) geinige anekdote daarover is dat Dickie op enig moment de behoefte kreeg om Indiaantje te spelen en al dansend en zingend rond het vuur ging. We hadden alleen niet in de gaten dat de eigenaar van de Inn (TJ) in de hot tub zat (die in een donker hoekje vlakbij de open haard staat) en van daaruit riep “hey Dickie, doin’ a litte dance there?”. Ik vond het hilarisch.
De dag daarna hebben we luierend doorgebracht. Lekker uitgeslapen, de honden uitgenodigd voor het ontbijt, lekker aan de rivier gezeten en met zus geskyped die jarig was. Nog even in Dillsboro rondgelopen, in een eindeloos gesprek geraakt met twee overjarige bikers die allerlei verhalen over muziek, neergeschoten worden, Vietnam en wat dies’ meer zij hadden. Wel grappig, aangezien er maar 212 mensen wonen ken je al snel het halve dorp. Daarna nog even naar het naastgelegen dorp gereden en boodschappen gedaan voor weer een avondje BBQ. Hoe gek het ook klinkt, het is na zoveel uit eten gaan ook erg leuk om weer ‘s zelf te koken. Het ging wel heel hard regenen en onweren die avond, dus we hebben Dickie onder de overkapping gezet (BBQ blijft toch een mannending hihi), lekker gegeten en maar weer ‘s een aflevering van Law and Order gekeken; je moet het toch een beetje bijhouden.
We vonden het zo leuk op ons nieuwe stekkie dat we nog een nachtje zijn gebleven. Op dag drie wilde ik samen een paardrijritje gaan maken, maar die waren helaas nog niet uit hun winterslaap. Had graag Dick op een paard gezien, kreeg er al allerlei beelden bij, maar helaas. Dus zijn we een wandeling gaan maken en hebben we lekker geluierd bij een waterval in een park, een half uurtje rijden vanaf Dillsboro. Heel erg mooi, zonnig, maar aanzienlijk kouder. We moeten na 3 weken zon wel weer wennen aan temperaturen van 11 graden zeg. Nadat we bijna verdwaald waren geweest en dankzij Dickies onweerlegbare gevoel voor richting (…), vonden we de weg weer terug. Teruggereden naar de Inn, alwaar ik een yogadate had met TJ, die naast Inn-eigenaar ook yogadocent is. Het was heerlijk om in zo’n omgeving yoga te kunnen doen en het was nog ‘s een priveles ook. Helemaal zen kwam ik weer de twee trappen af naar ons stekkie, alwaar Dickie (weer) de BBQ ontstoken had en naarstig probeerde de garnalen niet door het rooster heen te laten vallen (is aardig gelukt overigens, er zijn er 2 gesneuveld). ‘s Avonds nog lekker een half uur in de hot tub (die willen wij ook op het balkon!!!) en een wijntje gedronken bij de buiten-openhaard.
Helaas moesten we na 3 dagen toch echt weg van ons leukste plekje van de hele vakantie. Nog even gekletst met eigenaren Terry en TJ, de honden een kusje en aai gegeven en onderweg gegaan naar Nashville. We kozen voor de mooie route door de Smokies, (ook leuk voor Dickie, kon ie nog even “in touch” komen met zijn Indiaanse roots), die schitterende vergezichten biedt, mooie riviertjes en ook wat sneeuw op de top. Na een uur of 6 kwamen we weer aan bij het hostel, ook wel weer heel leuk om daar de trip door het Zuiden af te kunnen sluiten. De tassen moesten hoognodig vlieg-proof worden gemaakt (oftewel, alles met grof geweld en ook een beetje beleid erin proberen te stoppen en hopen dat je niet teveel kilo’s in moet checken). Dat gedaan, lekker wat gegeten in downtown Nashville en ook gepoogd Dickie aan het line-dancen te krijgen (ik bedoel, als paardrijden niet lukt, zou dit een goede tweede zijn). Maar ze waren net klaar met de les in de tent die ik had uitgezocht, dus maar weer ‘s een paar bandjes gekeken. Denk je dat je alles gehad hebt, kom je terug in het hostel en blijkt dat ik de deur van onze hostelkamer op de verkeerde manier op slot had gedaan, waardoor ie met de code niet meer open ging. Dus hosteljongetje gevraagd, die klom daarop door het raam (dat niet op slot was) en liet ons naar binnen. Heel fijn. Vervolgens gaan we nog even naar buiten en wat gebeurt er…? Doet De Waal de deur WEER op slot op de manier die dus niet moest!!! En hosteljongetje had ook (na zijn wurmpartij door het raam om ons binnen te laten), het raam op slot gedaan. Uiteindelijk is er gelukkig altijd nog zoiets als een sleutel en konden we zo weer naar binnen. Ik mocht dit alleen vertellen als ik zeker ook op zou schrijven dat Dickie vanochtend mijn paspoort uit het vliegveldbakje had gered (heel fijn, dank en you saved the day, honey). We gaan nu genieten van New York en zullen daar nog 1 blogje maken. Tot dan en veel liefs en groeten!!!























