Koekoek allemaal,
Daar zijn we dan weer, met nog meer coole avonturen van Lies en Dickie. De laatste keer dat ik (D.) schreef, zaten we nog in Portland en inmiddels zijn we alweer neergestreken in San Francisco. Hoogste tijd dus om jullie allemaal weer even in te lichten over wat we allemaal hebben meegemaakt.
Vanuit Portland met de nachttrein naar Klamath Falls geboemeld. Wederom alles prima comfortabel en bij aankomst rond middernacht door een erg vriendelijke dame naar ons nieuwe paleis gebracht. The Econolodge in Klamath Falls is een aardig motel, waar je voor nog geen 22 euro per nacht niet alleen een lekker tukje kunt bouwen als je moe bent van een lange treinreis, maar ook nog eens beschikt over een puike koelkast en de hoogst noodzakelijke heater. Van dat laatste apparaat hebben we dankbaar gebruik gemaakt toen het onophoudelijk begon te sneeuwen, maar daarover straks meer.
Er is werkelijk geen enkele andere reden te bedenken om in Klamath Falls te verblijven, dan dat het zo mooi tussen Portland en San Francisco ligt en dus een perfecte tussenstop is als je het niet wenselijk vindt om 18 uur lang in een trein te zitten. Ik vind in de trein zitten best leuk, maar na tien uur in dezelfde stoel, weet je heel goed hoe de achterkant van die van de passagier voor je eruitziet, heb je het voetensteuntje in alle mogelijke standen gezet, en ben je tot de conclusie gekomen dat je in een bed toch echt fijnere dromen hebt.
Het stadje telt 40.000 inwoners en van al die mensen zijn er na 20.00 uur hooguit 10 buitenshuis te vinden. Daarvan zit de ene helft bij de Mexicaan onder het genot van een potje basketbal op widescreen tv cocktails te tanken, de andere helft speelt een straat verderop een potje pool en vergaapt zich aan de veel te grote borsten van het blonde barmeisje.
Buiten een War Memorial, een oude stoomtrein en heel veel leegstaande winkelpanden, heeft het niet zo gek veel te bieden. Zeg maar, niets eigenlijk. Toch vermaken wij ons best met het maken van lange wandelingen, voornamelijk heen en weer door Main Street. Maar de mooiste wandeling gaan we blijkbaar nog maken. De dame bij het vvv weet ons namelijk te vertellen dat er op steenworp afstand van het kantoor een prachtig natuurgebied te vinden is, het is de habitat van allerhande spannende fauna, waaronder dan vooral en met klem ‘de pelikaan’. Dat treft, want na een tweetal elk (ja, dat is een meervoud) en een doodenkele eekhoorn in Portland is de wildteller akelig stil komen te vallen. Mijn theorie is dat alle dieren met vakantie zijn, Lies vermoedt winterslaap. Drie dagen hebben we uitgetrokken om hier door te brengen, je wilt per slot van rekening toch niets hebben gemist. Vol goede moed, en met beide camera’s in de aanslag, trekken Lies en ik er dan ook op uit om dit sterke staaltje wildlife te gaan bekijken. Toegegeven, we hebben een hoop vogels gezien. Maar als dit pelikanen waren, dan kunnen we de Dam bij deze toevoegen aan de natuurmonumentenlijst.
We besluiten bij Enterprise een auto te huren. Want niet alleen Crater Lake is maar een uurtje rijden, ook zijn er maar liefst twee heuse Hot Springs te bezoeken, twee uur ten oosten van Klamath Falls. Die Springs moeten het als eerste gaan worden. Tijdens de rit naar Hunter Hot Springs, die leidt over een aantal vrij imposante bergen, begint de eerste sneeuw al neer te dwarrelen. Maar dat mag de pret niet drukken, want wij zijn stoer en worden straks beloond met een heerlijk poedelpartij in een van Amerika’s meest heldere bergbronnen, nippend aan een glaasje wijn zullen we luisteren naar de bulderende magma die ons zwembadje zo fijn verwarmt. Aangekomen op de plaats delict (een boerenschuur in een godvergeten dorp middenin de woestijn) mag Lies als eerste naar binnen. Ik probeer buiten een sigaret te roken, maar krijg die niet aangestoken. Het is inmiddels namelijk windkracht 9. Als ik binnenkom, tref ik Lies enigzins vertwijfeld aan. Samen lopen we langs de lobby naar de achterzijde van het resort. Daar blijkt dat ons langverwachte zwemparadijs een soort matig onderhouden eendenvijver is, met bijbehorende blauwalg en schimmels, overdekt met een ranzig ogend lapje. ‘Da’s om de temperatuur op peil te houden’, informeert de medewerker ons.
O.K., dit gaat hem dus duidelijk niet worden. Op de vraag of er buiten deze attractie nog iets anders te beleven valt in het dorp antwoordt de man zonder blikken of blozen (en ik citeer letterlijk): ..well, there’s a gas pipeline a couple of miles down.. it leads straight into the mountains.. that might be pretty cool to see!
Terug naar Klamath Falls dan maar. En graag snel ook, want ondanks de naderende donkerte, kleurt de lucht vervaarlijk grijs. Een uur later lijken we te zijn beland in een Everest-expeditie, maar dan in een auto. Overigens niet een big-ass 4-wheel drive met een dikke V8 in het vooronder, maar een koddig boodschappenwagentje voorzien van eersteklas zomerbanden. ‘Doet u ons die rode maar, die ziet er lief en zuinig uit’.
Op de laatste dag van deze fase, we hebben onze reis naar California met een dag vervroegd, proberen we nog naar Crater Lake te rijden. Maar onze schoenendoos op wielen danst van links naar rechts over de ijzige wegen en met de finish in zicht besluiten we terug naar het motel te gaan.
Lies en ik hebben ons helemaal stuk gelachen in Klamath Falls, maar zijn ook erg blij nu in de beschaving van San Francisco te zitten.
Tot gauw maar weer.
Dickie Dick
P.S Morgen volgt San Francisco!
Hallo lovekoppel,
Ik voel bij het lezen van jullie berichtjes een behoorlijke gevoel van jaloezie opborrelen. Niet in het bijzonder om de plek waar jullie zijn, maar meer op de vrijheid om te gaan en staan waar je wil, zonder de spanning van deze godvergeten werkplek. Ik mis wel wat romantiek in de verhaallijn. Dus als ik een verzoekje mag indienen ……, bij deze. Ik wens jullie nog veel mooie momenten.
Groetjes, Ron